TAEL ondersteuning


 

‘Woordenschat: basis van het leren.’ 

Woordenschat is het taaldomein waarin het verwerven van woordbetekenissen en woordvormen centraal staat. Een uitgebreide woordenschat is belangrijk om je goed uit te kunnen drukken en anderen te begrijpen (ook van belang bij de sociaal-emotionele ontwikkeling).  
Een grote woordenschat vergemakkelijkt het verder uitbreiden van de woordenschat. Nieuwe kennis kan gekoppeld worden aan bestaande kennis. Niet alleen bij taal/ Nederlands, maar bij alle vakken op school. 

 Op de Springplank bieden we ook TAEL-ondersteuning aan bij de groepen 1,2 en 3. 
Bij de TAEL-ondersteuning gaan we intensief en uitdagend aan de slag met woordenschatonderwijs. Er zijn criteria opgesteld voor kinderen, die in aanmerking komen voor TAEL-ondersteuning. Aan de hand van deze criteria worden kinderen aangemeld voor TAEL middels een aanmeldformulier.  
Deze kinderen krijgen minimaal twee keer 45 minuten (dus 90 minuten) per week buiten de groep extra taalondersteuning.  Er is een afstemming met het taalaanbod in de groep en de TAEL- ondersteuning. 

De woordenschatbegeleiding wordt uitgevoerd volgens de Viertakt-methode(Van der Nulft, D. & Verhallen, M. 2001). 

Fase 1 Voorbewerken 
Iedere les heeft een inleiding. Voorbewerken houdt in dat we de leerlingen ontvankelijk maken voor het onderwerp en ze betrekken bij de context waarin de woorden naar voren komen. Voor het woordenschatonderwijs zoeken we naar aanhakingspunten in het netwerk van de woordenschat van de leerlingen. Zo kunnen de nieuw te leren woorden gekoppeld worden aan ervaringen en reeds bekende woorden. Bij de voorbewerking gaat het erom betrokkenheid en aandacht te creëren door een pakkende start te verzinnen.    

Fase 2 Semantiseren 
Bij semantiseren bieden we nieuw te leren woorden aan. We selecteren de woorden in clusters.  Bij het semantiseren maken we de woordbetekenissen van al de gekozen woorden duidelijk. We leggen dus uit wat de woorden betekenen, liefst met beelden en handelingen, we breiden de betekenis uit door meerdere woorden tegelijk mee te nemen in de semantisering en we laten de woorden door de kinderen uitspreken. Bij semantiseren horen de 4 Ui’s: namelijk uitleggen, uitbeelden, uitbreiden en uitspreken. 

Fase 3 Consolideren 
Bij het consolideren oefenen we woorden en de behandelde betekenissen in. De leerlingen moeten de betekenissen van woorden niet alleen begrijpen, ze moeten deze woorden en hun bijbehorende betekenissen ook onthouden. We zorgen bij het consolideren voor een veelzijdige en gevarieerde inoefening. We stimuleren het gebruik van zoveel mogelijk zintuigen, de ‘VAKT aanpak’: visueel, auditief, kinetisch en tactiel.  

Fase 4 Controleren 
Om te weten of de kinderen de woorden ook werkelijk onthouden hebben, moeten we als leerkracht later het ingeoefende woord terugvragen. Controleren is nagaan of het woord en de behandelde betekenissen verworven zijn. We maken ook buiten de ondersteuningsmomenten zoveel mogelijk gebruik van de woorden die tijdens de woordenschatinstructie zijn aangeleerd. Dit kan in een rekenles maar bijvoorbeeld ook tijdens het buitenspelen. Op deze manier maak je een actieve verbinding tussen de expliciete en impliciete woordenschatdidactiek. 

Om het effect van de woordenschatbegeleiding te kunnen bepalen, is er voorafgaand aan de begeleiding een nulmeting afgenomen en nemen we na het laatste begeleidingsmoment een eindmeting af. Het verschil tussen beide metingen geeft het resultaat weer van de woordenschatbegeleiding. Voor de eindmeting kunnen we dezelfde test voor de actieve en passieve woordenschat gebruiken als voor de nulmeting.  

De resultaten van de nulmeting worden gerapporteerd in een Excel-document ‘Verantwoording TAEL nul- en eindmeting’. Bekeken wordt of de streefdoelen opgesteld naar aanleiding van de nulmeting zijn behaald. Deze rapportage stuurt de TAEL-ondersteuner door naar de coördinator TAEL en aan de betreffende leerkracht/ IB-er.